A la vera del camino Het verhaal achter A la vera del camino





Tijdens een repetitie met de tieners in 2000 is een vrouw naar ons toe gekomen. Ze was klein, met een Andijns gezicht, een buurvrouw. Ze is gaan zitten en zei dat ze naar ons wou kijken. Ze kwam dichterbij en zei dat ze ons al gezien had met onze allegorische optocht (pasacalle) rond Marielena Moyano, en dat op een bepaald moment van de voorstelling één van onze spelers haar een tak bloemen gegeven had. Ze zei dat ze Verónica heette en dat de mensen haar Vero noemden.
Verónica dankte ons voor het gebaar met de bloemen en daarna vertelde ze iets dat ons verbaasd heeft: de bloemen die ze van onze speler kreeg, heeft ze naar een heilige plaats gebracht ter ere van overleden personen die haar lief waren.
Die ochtend was iedereen stil. We nodigden haar uit voor de thee en vroegen haar wat langer te blijven. Waar woonde zij? Wat was haar beroep?... Zij stelde ons ook een paar vragen... We werden vrienden. Het was een onvergetelijke ontmoeting.
De tweede keer dat ze kwam, had ze beslist ons haar verhaal te vertellen en we hebben daar een speciale afspraak voor gemaakt. Er gingen ons veel zaken door het hoofd over die buurvrouw, we hebben zelfs gedacht dat ze gek was, of een infiltrante... kortom: wij waren in de war.
Toen ze voor de derde keer kwam... 'de speciale visite', vertelde ze ons haar verhaal. Wij hebben dat opgenomen en sturen hierbij onze samenvatting.
Ik had geen geld om een boeket bloemen voor mijn geliefde doden te kopen en toevallig hebben jullie mij dat die dag gegeven en daar was ik zo blij om.
Ik ben Verónica, leidster van mijn buurtgroep, ik heb een dochter en ben poetsvrouw. Elk jaar ga ik naar een kleine kerk in José Gálvez (een kerkje in de buurt van Villa El Salvador), omdat die erg lijkt op de kerk van mijn dorp.
Ik ga niet binnen, ik blijf buiten omdat daar een grote steen ligt waar ik veel van hou. Ik leg er bloemen op en trek me niets aan van wat de mensen zeggen, ik bid, soms zing ik en drink ik een paar pintjes. Nu breng ik m'n dochtertje mee, vertel haar dat ik voor haar grootouders en ooms en tantes bid. Ze is nog klein en ik kan haar vragen gemakkelijk beantwoorden, maar als ze groot wordt, weet ik niet of ik alles zal kunnen vertellen... In elk geval moet zij de waarheid kennen.
Jongens! Ik was zeer jong toen ik naar Villa El Salvador kwam en in het begin sliep ik op de markt en hielp de mensen en bedelde van de passanten... Beetje bij beetje kon ik snoepjes kopen en verkopen en de vrouwen die op de markt werkten betaalden me om voor hun kramen te zorgen. Zo kreeg ik meer spullen bijeen. Nu heb ik een huisje op een gekraakt terrein, en heb mijn dochtertje. Ik ben druk in de weer met het leiden van de bewonersgroep. Ik ken iedereen van de Vrouwenfederatie en ook van de gemeente.
Ik kom uit de provincie, op de vlucht voor het terrorisme, ik vluchtte als gek, sliep waar ik 's nachts neerviel, en liep dagenlang tot ik in Huamanga-Ayacucho aankwam. Ik kwam langs vele dorpen, maar ik kwam niet dichter omdat ik er niet binnen durfde gaan. Ik was toen 7. Mijn voeten deden pijn, mijn billen en oksels stonden verdraaid, zo kwam ik aan in Huamanga-Ayacucho. Daar hebben ze me naar het huis van een moedertje gebracht, een zuster die een gasthuis voor tijdelijk onderkomen had. Toen ik weer gezond was, ontsnapte ik naar Lima. Toen ik hier aankwam was ik bijna twaalf, maar ik was zo klein en mager dat ik 9 leek.
In mijn dorpje waren we bezig met de voorbereiding om ons Feest te vieren, een traditioneel feest, toen die van Sendero het dorp kwamen inlopen en de huizen ingingen om zich te verbergen. Ze deden ons schrikken. De volgende ochtend kwam het leger, ze trapten de deuren in, de brand begon aan de inkom van ons dorp. Zo is alles begonnen. Ze hebben velen van ons naar het pleintje van het dorp gebracht. Wij, de kinderen, probeerden te vluchten. Toen begonnen ze mensen in groep te doden. Ik bleef liggen onder mijn opa die op de grond was gevallen.
Ik hield mijn ogen gesloten en ben in slaap gevallen... hoe lang weet ik niet. Ik werd 's nachts wakker, dan was het ochtend... ik zocht iemand die me kon helpen maar ik zag niemand. Dus ben ik weggelopen, snel, snel, in de hoop dat ik iemand zou vinden. Ik dacht aan mijn ooms, mijn moeder... en bleef lopen. Toen het dag werd zag ik een ander dorpje, maar ging er niet dichter bij... ik ging verder in de richting van Huamanga-Ayacucho. Ik weet begot niet hoe ik daar geraakt ben. Ik was heel hongerig en mijn voeten zaten vol bloed, een deel ervan was verbrand. Hoeveel tijd is daarover gegaan?

Toen ik in Villa El Salvador kwam, begon ik te werken in een drankenstalletje. Ik had een beetje geld en ik ging naar Ayacucho in de hoop naar mijn dorp terug te keren. Het eerste jaar probeerde ik op mijn stappen terug te keren, de plaatsen waarlangs in gepasseerd was. Goeie god! Ik kon me niets herinneren... ik was bang om hulp te vragen en moest naar Lima terugkeren. Ik heb nog twee jaar geprobeerd, tot ik de Waarheidscommissie leerde kennen en een juffrouw hulp heb gevraagd. Zo kwam ik te weten dat ze mijn dorpje helemaal verwoest hadden. Niet lang geleden heeft iemand mij er in de buurt gebracht... mijn herinnering is nu ver weg. Toen ik daar was wilde ik niet dichterbij gaan. Van ver bleef ik kijken en ben op een rots gaan zitten huilen. Ik vroeg hen me een tijdje te laten zitten huilen. De Juffrouw heeft me bloemen gegeven die ik op de rots heb gelegd waarop ik zat. Enkele jaren later ben ik teruggegaan naar die steen bij mijn dorpje en heb er bloemen neergelegd. Ik voel me rustiger nu. Nu kan ik er niet teruggaan. Ik ben een leidster hier en heb er geen geld voor. Dus ga ik naar de kern van José Gálvez, die is dichterbij en er ligt een steen zoals die bij mijn dorp.
Ik weet niet hoe ik hier geraakt ben. Ik ben de mensen zeer dankbaar die me water gegeven hebben en ook de Zuster die mijn voeten deed genezen en me schoenen gaf. De dame van de sapjeswinkel is als een tweede moeder voor mij. Hier in Villa El Salvador ben ik haar beginnen helpen en ze heeft mij goed behandeld. Ik ben blij dat ik leidster ben en andere mensen kan helpen. Mijn dochter moet ook kunnen zien dat ik sterk ben. Ze moet leren te willen leven en het leven ondanks alles te waarderen. Hoe vaak heb ik eraan gedacht zelfmoord te plegen, maar ik heb het nooit gedaan. Niet lang geleden ben ik naar de psycholoog geweest... niet voor mezelf, maar voor mijn dochter. Ze is nu een vrouwtje en ik wil in orde zijn zodat ik haar het beste kan geven.

terug